Waarom vrouwelijke ondernemers minder financiering krijgen zonder vaker te worden afgewezen 

Wegvervoer Nederland

27 augustus 2026

- 5 min leestijd

Ruim een derde van de ondernemers in Nederland is vrouw én van alle financieringsaanvragen komt iets meer dan een kwart van een vrouwelijke ondernemer. Toch blijkt uit cijfers dat vrouwelijke ondernemers minder financiering krijgen dan mannelijke ondernemers. 

Vrouwelijke ondernemers vragen minder vaak financiering aan, 8,6% tegenover 13,2% van de overige ondernemers. En wanneer ze een aanvraag indienen, valt het toegekende bedrag gemiddeld lager uit. Waar komt dit door? 

Het type beoordeling maakt uit

Uit het Code-V Data Report 2026 blijkt dat het verschil in toegekende bedragen niet overal even groot is. Bij banken krijgen vrouwelijke ondernemers gemiddeld 12% minder per goedgekeurde aanvraag. In de venturecapitalmarkt loopt dit verschil op tot 36%. Het type financiering bepaalt dus mede hoeveel kapitaal een vrouwelijke ondernemer uiteindelijk ontvangt.

Dat heeft te maken met de manier waarop in beide markten wordt beoordeeld. Een mkb-financier werkt vooral met gegevens die al bestaan, zoals omzet, betaalgedrag en debiteurenhistorie. Die gegevens zijn te controleren en voor iedere aanvrager op dezelfde manier te lezen. Een investeerder in durfkapitaal beoordeelt vooral wat er nog moet gebeuren, zoals het team, de markt en het groeipotentieel. Daar rust het oordeel voor een groter deel op inschattingen en op de verwachting dat een plan uitkomt.

Die twee manieren van beoordelen kunnen verschillende uitkomsten opleveren. Bij een beoordeling op basis van bestaande bedrijfsgegevens is er minder ruimte voor persoonlijke inschattingen. In de venturecapitalmarkt spelen verwachtingen over groei, marktpotentieel en het ondernemende team een grotere rol. Het verschil in toegekende bedragen is juist daar het grootst.

Hoe de hoogte van het bedrag tot stand komt

Onderzoek laat zien dat vrouwelijke ondernemers gemiddeld lagere financieringsbedragen aanvragen. Daar is niet één duidelijke verklaring voor. Het Code-V-rapport wijst onder meer op de omvang en sector van bedrijven, een beperktere toegang tot financieringsnetwerken en drempels die ondernemers bij bepaalde financieringsvormen ervaren.

Een goede voorbereiding op het gesprek met een bank of investeerder is daarom belangrijk. Financiers kijken niet alleen naar het gevraagde bedrag, maar ook naar de groeiverwachtingen, het doel van de financiering en de ruimte om deze terug te betalen. Als de volledige financieringsbehoefte niet goed in beeld is, kan een voorzichtige aanvraag of realistische prognose te laag worden ingeschat.

Volgens Code-V spelen accountants en financieel adviseurs daarom een belangrijke rol in de financieringsroute van vrouwelijke ondernemers. Samen met de ondernemer kunnen zij de financieringsbehoefte en beschikbare mogelijkheden vooraf verkennen. Zo ontstaat een goed onderbouwd vertrekpunt voor het gesprek met een financier en kan het aangevraagde bedrag beter aansluiten bij de plannen en financiële ruimte van het bedrijf.

NL women finance applications figure

De aanvraag die niet is ingediend

Niet iedere financieringsbehoefte komt echter tot zo’n gesprek.
Mannelijke ondernemers vangen een tekort vaker op met ingehouden winst of reserves uit de onderneming. Vrouwelijke ondernemers gebruiken daarvoor volgens het CBS bijna twee keer zo vaak hun privévermogen.

Geld dat vanuit privé de onderneming in gaat, kan worden gezien als een financieringsvraag die niet aan de markt is voorgelegd. Dat geldt ook voor een rekening-courant die structureel wordt gebruikt om tekorten op te vangen. Het directe probleem is daarmee opgelost, maar zonder te onderzoeken of er een passendere of gunstigere financieringsvorm beschikbaar is.

Dat patroon komt ook terug in de cijfers. Van de vrouwelijke ondernemers met een financieringsbehoefte dient 47% daadwerkelijk een aanvraag in, tegenover 59% van de mannelijke ondernemers. In de periode van 2018 tot en met 2021 lagen die percentages met 61% en 63% nog veel dichter bij elkaar. CBS bevestigt dat het verschil vooral ontstaat doordat vrouwelijke ondernemers minder vaak de stap naar een aanvraag zetten

Waar de eerste stap wordt gezet

Vrouwelijke ondernemers oriënteren zich even vaak op financiering, maar ze doen dat via een andere route. De kans dat de accountant of financieel adviseur de eerste halte is, ligt volgens het CBS ongeveer 1,7 keer zo hoog. Rechtstreeks aankloppen bij een bank of een andere financier gebeurt juist minder vaak. 

Die route bepaalt mede wat er daarna gebeurt. Een oriëntatie bij een financier loopt bijna vanzelf uit op een aanvraag, omdat dat is waar het gesprek naartoe werkt. Een oriëntatie bij de accountant eindigt in een advies. Dat maakt de rol van de adviseur en accounts groter dan alleen het doorrekenen van de cijfers. 

De vraag is dus wanneer financiering ter sprake komt. Staat het standaard op de agenda bij het jaargesprek, of komt het pas aan bod als de ondernemer er zelf over begint?

Antwoord op al je vragen? Ons team staat altijd voor je klaar.

Contact